Kleine oorzaak, groot gevolg

Een kleine oorzaak kan grote gevolgen hebben. Een voorbeeld: ‘Deze zin is goed te lezen.’
Leestijd 3 minuten — Do 25 oktober 2012

Verandert al snel in iets onbegrijpelijks door een kleine wijziging erin aan te brengen: 'Dez ezi nis goe dte lez en.' Het enige wat veranderd is, zijn de plaatsen van de spaties en toch is het een stuk lastiger iets te maken van wat er staat. Bij genen werkt het soms net zo. 2,5 miljoen jaar geleden muteerde er een gen bij een primaat, waardoor het coderen misliep voor het aanmaken van een eiwit dat helpt bij het opbouwen van de kauwspieren. Hierdoor ontstond een kleinere kauwspier en meer ruimte voor hersengroei. De mogelijkheid van deze hersengroei, leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van de mens zoals wij die nu kennen. Een kleine oorzaak, een genmutatie dat tot een defect lijkt te hebben geleid, had een nieuwe soort als gevolg, iets wat we kunnen beschouwen als een verbetering. Volgens prof. dr. Gert-Jan van Ommen, humaan geneticus van het LUMC, had je deze gevolgen nooit kunnen voorspellen.

Duchenne
De ziekte van Duchenne, een aangeboren erfelijke spierziekte, is ook een (groot) gevolg van een kleine oorzaak. Het is de meest voorkomende, dodelijke kinderziekte, zo benadrukt Van Ommen tijdens de één na laatste lunchlezing in de serie Leve het leven. Kinderen met de ziekte van Duchenne hebben een verminderde spierkracht doordat het eiwit dystrofine afwezig is. Dit eiwit verbindt het celskelet van de spieren met de pezen en zorgt voor elasticiteit. Van Ommen vergelijkt het met de functie van een veer van een campingstoel. Bij kinderen met de ziekte van Duchenne heeft er een mutatie plaatsgevonden op het gen dat codeert voor de aanmaak van het eiwit dystrofine. Als dat eiwit er niet is, werkt de veer niet.

Bij het zoeken naar een manier om de ziekte van Duchenne te genezen of te voorkomen, moet je op zoek naar die ene kleine oorzaak dat tot een onleesbaar gen heeft geleid en die veranderen. Je moet de zin als het ware weer leesbaar maken. Simpelweg gezegd is dat ook precies de oplossing die Van Ommen en zijn collega's gevonden hebben. Exons zijn onderdelen van een gen, vergelijkbaar met wat woorden zijn voor een zin. Door een exon uit het gen te halen, kan het gen weer leesbaar worden. In 2006 kregen Van Ommen en zijn collega's toestemming om deze therapie toe te passen in een klinische trial. Ze boekten succes. Patiënten die een injectie kregen met de aangepaste genen, begonnen weer dystrofine aan te maken. Op dit moment is deze gentherapie nog niet beschikbaar voor alle kinderen met de ziekte van Duchenne. Genetische therapie moet uitvoerig getest worden omdat men zeker moet zijn van álle effecten van de verandering in het gen. Zoals gezegd, kleine oorzaken kunnen grote gevolgen hebben die niet altijd te voorzien zijn.

Genezen en verbeteren
De kennis die Van Ommen en de zijnen opdoen bij het onderzoek naar de genetische achtergrond bij de opbouw en werking van spieren is zeker niet alleen voor patiënten interessant. Van Ommen geeft toe dat ook sporters en bodybuilders misschien wel aan de slag willen met deze informatie in de toekomst. De grens tussen therapie en verbetering is vaag, maar dat is niets nieuws. Van Ommen heeft daar niet zo'n probleem mee, maar duidelijk moge zijn dat dat niet de mensen zijn waar hij het voor doet.

De lezing van prof. dr. Gert-Jan van Ommen kun je hier terugzien. 31 oktober 2012 sluit prof. dr. Huub Schellekens de lunchserie af met een toekomstvisie. Worden we allemaal onze eigen dokter of zijn we straks slaaf van de farmaceutische industrie?